We wilden met de pilot rondom het supervisiemodel onderzoeken of we het onderwijs op een andere manier konden organiseren waarbij we onze leraren gerichter inzetten en beter gebruik kunnen maken van onze onderwijsondersteuners en andere professionals. De onderwijskwaliteit is hierbij het uitgangspunt, net als het aansluiten bij de onderwijsbehoeften van onze leerlingen.
De pilot is uitgevoerd op drie scholen; De Fonkel in Ede, De Toekomst in Ede en Mariëndael in Doetinchem.
De pilot in Ede
De pilot vond plaats in twee klassen met leerroute 5/6/7. Op De Fonkel wisselde de situatie per klas, waarbij ook niet de constructie werd gebruikt
zoals deze in het supervisiemodel staat beschreven. In de ene klas stond de onderwijsondersteuner A alleen voor de groep en werd eigenlijk ingezet als leraar. De leraar was dus niet aanwezig in de klas.
In de andere klas was de leraar wel soms aanwezig, maar ook hier werd de onderwijsondersteuner A eigenlijk als leraar ingezet. De leraar was wel nabij. Er was in beide klassen een onderwijsondersteuner D aanwezig. Tijdens de pilot heeft De Fonkel besloten te stoppen vanwege gebeurtenissen die plaatsvonden op de school.
De bedoeling
Gedurende de pilot hebben er ingrijpende gebeurtenissen plaatsgevonden op De Fonkel. De input van De Fonkel is grotendeels wel meegenomen in deze evaluatie, maar niet wat betreft de onderwijskwaliteit. Er kunnen dus niet of onvoldoende conclusies worden getrokken over de invloed van het supervisiemodel op de onderwijskwaliteit bij leerroute 3 tot met 7. Daarom adviseren we vooralsnog om het supervisiemodel niet in te zetten in de klassen van leerroute 3 en hoger. Om uitspraken te kunnen doen over de geschiktheid voor hogere leerroutes is aanvullend onderzoek nodig waarbij het van belang is om het traject goed te monitoren en te begeleiden waarbij uiteraard de onderwijskwaliteit weer centraal moet staan. We adviseren dit in schooljaar 2023-2024 opnieuw in een pilot vorm te geven.
Onderwijskwaliteit
In alle gesprekken kwam het onderwerp onderwijskwaliteit terug. Het
waarborgen van de onderwijskwaliteit was het belangrijkste speerpunt tijdens het onderzoek. Onderstaande resultaten hebben alleen betrekking op leerroute 1 en 2.
Uit het onderzoek komt duidelijk naar voren dat alle betrokkenen ervaren dat de onderwijskwaliteit niet negatief wordt beïnvloed door de invoering van het supervisiemodel. Dit geldt zowel voor de betrokkenen, als de (beperkte groep) ouders die een vragenlijst hebben ingevuld. De betrokkenen benadrukken dat de pedagogische kwaliteiten van medewerkers bij deze doelgroep een essentiële rol vervulden. Ze gaven aan dat er sprake was van een goed pedagogisch klimaat. Een goed pedagogisch klimaat in de klas, biedt ruimte voor didactiek. Een aantal van de betrokkenen gaf aan dat je eerst écht contact moet kunnen maken, voordat je een leerling iets kan leren. Didactiek is uiteraard nog steeds belangrijk, maar werkt dus in samenspel met pedagogiek. Vrijwel alle betrokkenen gaven aan dat ervaring met de doelgroep zeer belangrijk is om zowel een goed pedagogisch klimaat neer te kunnen zetten, als de didactiek op een goede manier aan te kunnen bieden.
Ook wat betreft de onderwijskwaliteit geldt dat het van belang is om van tevoren te onderzoeken welke onderwijsondersteuner geschikt is om deel te nemen aan het supervisiemodel. Uit de gesprekken bleek dat een geschikte onderwijsondersteuner niet zomaar iemand is maar beschikt over specifieke persoonskenmerken en kwaliteiten.
De onderwijsondersteuner die geschikt is heeft het liefst ervaring met, maar vooral passie voor de doelgroep. Hij of zij is leergierig, ambitieus en staat open voor feedback. Kortom: een parel binnen de school. Het
supervisiemodel biedt deze parel een mogelijkheid om door te groeien.

NEEM CONTACT OP


